Soms kom je een freelanceopdracht tegen die interessant klinkt.
Tot je bij het sollicitatiegedeelte komt.
"Graag een uitgebreide motivatie."
"Beschrijf hoe jij deze opdracht zou aanpakken."
"Werk alvast een voorbeeld uit zodat we je stijl kunnen beoordelen."
"Voeg een strategievoorstel toe."
"Stel een planning op voor de eerste maand."
Voor een opdracht van vijf uur per week.
En ergens tussen punt drie en vier vraag je je af:
solliciteer ik nu... of ben ik al aan het werken?
Laat dat duidelijk zijn: selecteren is logisch.
Je wil weten wie je binnenhaalt. Je wil geen gok wagen met je bedrijf. Zeker niet wanneer iemand vanop afstand gaat meewerken aan je administratie, communicatie of content.
Een porfolio bekijken. Referenties checken. Een kennismakingsgesprek voeren. Dat hoort erbij.
Maar er is een verschil tussen aftoetsen of iemand geschikt is... en al inhoudelijke output verwachten vóór er sprake is van een samenwerking.
Zeker in copywriting of administratieve ondersteuning zie je het vaak: een motivatiebrief van 800 woorden. Een uitgewerkt voorbeeld dat inhoudelijk al bijna bruikbaar is. Een voorstel van aanpak waarin je meedenkt over structuur, processen en optimalisatie.
En dat alles nog vóór er een overeenkomst is.
Of een vergoeding.
Of zelfs maar duidelijkheid over de voorwaarden.
Het wrange is niet dat er vragen gesteld worden.
Het wrange is de verhouding.
Wat voor een onderneming een "korte motivatie' lijkt, is voor een freelancer vaak een uur onbetaalde focus. Wat voor de ene een "klein proefstukje" is, is voor de andere al een mini-opdracht waarin ervaring en expertise worden ingezet.
Freelancers leven niet van motivatiebrieven.
Ze leven van hun expertise.
En tijd is hun werk.
Wanneer meerdere kandidaten elk een uitgewerkt voorstel moeten indienen, ontstaat er iets ongemakkelijks; waarde wordt gecreëerd, maar niemand wordt betaald.
Misschien niet bewust.
Misschien niet met slechte intenties.
Maar het effect blijft hetzelfde.
En dan sluipt er nog iets anders binnen: wantrouwen.
Hoe groter de inspanning die gevraagd wordt in de selectiefase, hoe meer het lijkt alsof een freelancer zich eerst moet "bewijzen" vóór er vertrouwen kan zijn.
Terwijl goede samenwerking net vertrekt vanuit wederzijds respect.
Een selectieprocedure zegt vaak meer dan we denken.
Als de verwachtingen al hoog liggen vóór er afspraken zijn gemaakt, wat zegt dat dan over hoe de samenwerking erna zal verlopen?
Wordt er dan ook verwacht dat er "even snel" iets wordt uitgewerkt?
Dat er extra mee nagedacht wordt zonder duidelijke scope?
Dat flexibiliteit vanzelfsprekend is?
Misschien niet. Maar het is een vraag die mag gesteld worden.
Solliciteren mag moeite kosten. Dat hoor erbij.
Maar samenwerken start idealiter niet bij wantrouwen of bij gratis bewijswerk. Het start bij duidelijke afspraken, wederzijdse erkenning en transparantie.
De ondernemers die freelancers écht serieus nemen, pakken het meestal anders aan.
Ze bekijken portfolio's.
Ze voeren een gesprek.
Ze luisteren naar ervaring.
Ze stellen gerichte vragen.
En als ze een proefopdracht willen?
Dan maken ze die betaald.
Niet omdat freelancers geen motivatie zouden hebben.
Maar omdat ze begrijpen dat motivatie niet hetzelfde is als gratis werk.
En dat verschil voel je meteen.
Misschien is de betere vraag dus niet:
"Hoeveel motivatie kan een freelancer tonen?"
Maar:
"Hoeveel waarde erken ik al vóór de samenwerking begint?"
— Mandy
Pen zonder inkt
Vanop afstand, maar nooit onverschillig.